Het landelijke vuurwerkverbod gaat op 1 augustus in. Dat betekent dat consumenten bij de komende jaarwisseling geen vuurwerk meer mogen afsteken. Clubs en buurtverenigingen kunnen nog wel een vergunning krijgen.
De Tweede Kamer stemde al in 2025 in met een voorstel voor een landelijk verbod op initiatief van Pro en de Partij voor de Dieren. Daar is jaren over gesproken.
Voordat het verbod definitief kon ingaan, moest de staatssecretaris nog een aantal dingen regelen, zoals de mogelijkheid om gezamenlijk vuurwerk af te steken.
Op dat punt zijn een aantal aanpassingen gedaan na advies van de Raad van State. Zo worden de afstandsregels voor gezamenlijke vuurwerkshows hetzelfde als die voor professionals. Afhankelijk van het type vuurwerk moeten omstanders op 15, 40 of 60 meter afstand blijven.
Einde aan traditie
Bovendien moeten organisaties die vuurwerk willen afsteken een duidelijke binding hebben met de plek waar vuurwerk wordt afgestoken. Het kan gaan om een buurt-, sport- of speciale vuurwerkvereniging. Het is aan gemeenten om deze clubs toestemming te geven.
Een laatste voorwaarde van de Tweede Kamer was een plan voor de handhaving. In de zomer komt er een landelijke voorlichtingscampagne. En er komen inleverdagen voor mensen die nog vuurwerk hebben liggen.
Het definitieve besluit tot een landelijk verbod is vandaag gepubliceerd in het Staatsblad. Daarmee komt er een einde aan een lange traditie in Nederland, waarbij particulieren zelf massaal vuurwerk afstaken.
Steeds meer incidenten
Na de jaarwisseling van 2024 op 2025 nam het aantal voorstanders in de Tweede Kamer snel toe. Er waren in die nacht meer dan 8000 incidenten met meer geweld tegen de politie en andere hulpverleners.
Verschillende partijen wilden dat het verbod nog een jaar zou worden uitgesteld, zodat ondernemers meer tijd zouden krijgen om over te schakelen, maar die kregen geen meerderheid. In mei besloot het kabinet 100 miljoen euro compensatie voor vuurwerkhandelaren uit te trekken.