Dik, dun, groot, klein, slap, strak. Zes vrouwen gingen uit de kleren om hun buik vast te laten leggen. Eén ding hebben ze met elkaar gemeen: hun buik heeft tenminste één kind gedragen.
Dik, dun, groot, klein, slap, strak. Zes vrouwen gingen uit de kleren om hun buik vast te laten leggen. Eén ding hebben ze met elkaar gemeen: hun buik heeft tenminste één kind gedragen.