Voice of Freedom Повна версія

Yayoi Kusama (97) maakte van haar angsten een 'oneindig universum'

· Culture

In een geelgestipte jurk, het haar knaloranje, leest avant-gardekunstenaar Yayoi Kusama in 2017 haar eigen woorden voor. "Ik wil als kunstenaar blijven vechten, tot aan het einde van het universum. Totdat ik erbij neerval", zegt ze vanuit haar rolstoel bij de opening van een grote overzichtstentoonstelling in Tokio.

Op 14 augustus overleed Kusama in een ziekenhuis in Tokio, maakte haar stichting vandaag bekend. Ze was 97 jaar.

Kusama was een wereldwijd fenomeen: een pionier die vooruitliep op de popart en het minimalisme, en een van de invloedrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht. "Blijf van mijn werk houden, ook als ik er niet meer ben", zei ze in 2017. "Laat me jullie eeuwige idool zijn."

Hallucinaties werden kunst

Als kind speelde Kusama tussen de viooltjesvelden van haar familie. Op een dag begon ze in iedere bloem een menselijk gezicht te zien. De viooltjes praatten steeds luider tegen haar, totdat hun stemmen pijn deden. Ze vluchtte naar huis en verstopte zich trillend in een kast.

Tekenen hielp. Bloemen, lichtflitsen en patronen die zich aan haar in hallucinaties opdrongen, legde ze vast. "Dat is de oorsprong van mijn schilderijen", schreef ze in haar autobiografie.

Thuis vond ze weinig steun voor haar creativiteit. Haar moeder stuurde haar als kleine spion achter haar overspelige vader aan en verscheurde regelmatig haar tekeningen. Kusama bleef werken, desnoods op jutezakken en met gestolen verf.

Hallucinaties en paniekaanvallen zouden haar namelijk blijven achtervolgen en schilderen werd haar manier om die te bedwingen. "De enige manier die ik heb gevonden om mijn ziekte te verlichten, is kunst te blijven maken", schreef ze.

In 1952 vulde de 23-jarige Kusama voor haar eerste tentoonstelling een buurthuis met 270 werken. Een psychiater noemde haar een genie en raadde haar aan afstand te nemen van haar moeder. Ze schreef de Amerikaanse kunstenaar Georgia O'Keeffe om advies en kreeg antwoord. Vijf jaar later vertrok ze naar de Verenigde Staten.

In New York leefde ze in bittere armoede. Haar ramen waren gebroken, haar bed was een afgedankte deur en van vissenkoppen en koolbladeren kookte ze soep. Als de kou haar wakker hield, schilderde ze verder. Op zwarte doeken zette ze tienduizenden witte boogjes, zonder begin of einde. Deze 'Infinity Nets' bezorgden haar in 1959 haar eerste New Yorkse solotentoonstelling. Het was zo druk dat het publiek op straat stond.

Verdwenen en herontdekt

Kusama bouwde in 1965 haar eerste spiegelkamer. Bezoekers zagen daarin honderden roodgestippelde vormen en zichzelf eindeloos terugkeren als een 'oneindig universum'. Een jaar later legde ze bij de Biënnale van Venetië 1500 spiegelbollen op het gras en verkocht die voor 2 dollar per stuk. "Uw narcisme te koop", stond erbij. Met optredens tegen de oorlog, waarbij ze naakte deelnemers met stippen beschilderde, groeide ze uit tot een boegbeeld van de New Yorkse kunstwereld.

Maar de roem bleek vluchtig. Kusama keerde in 1973 uitgeput terug naar Japan en ging vier jaar later vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis wonen. Overdag werkte ze in haar atelier aan de overkant; 's avonds schreef ze romans en gedichten.

Vanaf het einde van de jaren 80 kreeg ze opnieuw internationale aandacht. In 1993 vertegenwoordigde ze Japan op de Biënnale van Venetië, een van de belangrijkste kunsttentoonstellingen ter wereld. Ze vulde het Japanse paviljoen met spiegels en gestippelde pompoenen, die later haar handelsmerk werden.

Daarna brak ze definitief door bij het grote publiek. Haar gele pompoen op het Japanse kunsteiland Naoshima, haar spiegelkamers en samenwerkingen met Louis Vuitton maakten haar stippen wereldwijd herkenbaar. In 2016 ontving ze de Orde van Cultuur, de hoogste culturele onderscheiding van Japan. En ook in Nederland krijgt ze veel aandacht: op 11 september opent(opent in nieuw venster) in het Stedelijk Museum in Amsterdam een overzicht van ruim zeventig jaar van haar werk.

Tot het einde bleef Kusama schilderen. Soms begon ze in haar pyjama en vergat ze te lunchen, vertelde ze in een van haar laatste interviews: "Op deze leeftijd is zelfs 1 minuut me dierbaar." Over haar nalatenschap schreef ze: "Een mensenleven kent een grens, maar kunst blijft bestaan voor toekomstige generaties. Ik zal nooit ophouden werken te maken die na mijn dood blijven stralen."