’Als de mensch zijn rechten, plichten tegenover dieren zag, dan was ’t dáág’lijks 4 October: Elke dag was dierendag. Maar zoolang daar nog één vogel In een vierkant kooitje kwijnt, En zoolang daar nog één dame met een vederbos verschijnt, en zoolang het dier, dat mensch heet, ieder weerloos dier bedreigt […] En nog véél méér mensch’lijkheden, Is de mensch’lijkheid maar schijn’.